Custom fitting maakt het korte spel makkelijker

In de voorjaarsmagazine beschreven we custom fitting van de lange clubs. Nu zijn de wedges, putters en ballen aan de beurt.

Het korte spel en het putten bepalen in grote mate je score. Hier kun je heel wat slagen besparen, bijvoorbeeld door altijd met één slag uit de bunker te komen, door drieputters te vermijden en door je approach shots heel dicht bij de hole te slaan. Golfen is ook een stuk leuker als je leert om de ergste missers te vermijden.

Lie is extra belangrijk bij wedges

De lie is de hoek tussen de shaft en de zool. Die moet natuurlijk juist zijn bij alle clubs, maar hoe groter de lofthoek, hoe belangrijker de lie.

Om te zien welke lie-hoek je moet kiezen, plakken we markeertape op de zool. Vervolgens sla je enkele ballen op een lie-board. Zo zien we meteen of je de bal met de hiel, met de teen of in het midden van de zool raakt. Zo is meteen duidelijk welke lie je wedges moeten hebben. Met de juiste lie landt de bal precies waar je hem wilt hebben en niet meters ernaast.

De juiste bounce-hoeken vinden

Bij een wedge is de achterkant van de zool altijd lager dan de voorkant. Deze helling wordt de bounce-hoek genoemd en is meestal tussen de 4° en 14°. Als een sand wedge een grote bounce-hoek heeft, graaft die zich niet vast in het zand, maar op een harde ondergrond kan de club tegen de grond stuiten, waardoor je de bal gaat toppen.

Daarom is bij de wedges de combinatie van loft en bounce erg belangrijk, zodat je alle soorten slagen kunt slaan.

Welke wedges, en hoeveel?

Hoeveel bounce je bij verschillende slagen nodig hebt, hangt vooral af van de manier waarop je met je wedge slaat. Sla je op de bal neer of heb je een vlakke swing? Daarom laten we je met verschillende wedges slaan op verschillende soorten ondergrond. 

Om te bepalen hoeveel wedges je nodig hebt, kijken we naar het verschil in loft tussen je pitching wedge en je sand wedge. Tegenwoordig kan dit verschil 10 à 11° bedragen, wat betekent dat je een gap wedge nodig hebt. Anders wordt het afstandsverschil te groot. Het gaat nu eenmaal om precisieclubs.

Verschillend gevormde zolen

Nog een factor die meespeelt, is de vorm van de zool. De zool kan op verschillende manieren geslepen zijn om slagen met een open club en dergelijke mogelijk te maken.

Nadat je pro je op alle verschillende manieren heeft zien slaan, heeft hij een goed beeld welke wedges voor jou geschikt zijn qua loft, bounce en zool. Vervolgens kies jij zelf het merk en de finish.

Putter Fitting

Wil je een geschikte putter vinden, dan moeten bepaalde factoren kloppen. Om te beginnen moet hij de juiste lengte hebben. Dit kun je op diverse manieren meten. Houd bijvoorbeeld de putter vast in de houding waarmee je altijd boven de bal staat, dan meten we de afstand tot de grond. Er zijn natuurlijk ook putters met een verstelbare shaft. Verder moet je putter de juiste lie hebben, zodat het putterhoofd zich evenwijdig over het oppervlak van de green beweegt. En hij moet de juiste loft hebben, zodat de bal uit het gras wordt opgetild.

Hoe zwaar moet je putter zijn?

Tegenwoordig is er een enorme keuze aan putters met verschillende gewichten. Bij sommige modellen kun je het gewicht aanpassen. Er zijn dus heel wat mogelijkheden om een putter te vinden die perfect aanvoelt. De nieuwste soort putters heeft een tegenwicht in de vorm van extra gewicht boven in de grip. Voor heel wat spelers geeft dat meer stabiliteit.

Het andere evenwicht is ook belangrijk, namelijk face-balanced of heel-balanced. De keuze hangt hoofd-zakelijk af van je swingspoor.

Inserts en torsieweerstand

Er bestaan heel wat inserts, oftewel invoegstukken in het slagvlak. Deze geven een zachter gevoel bij het slaan en ook een zachter geluid.

Andere putters hebben verschillende profielen en groeven voor beter balcontact en meer controle.

Het is vooral een kwestie van persoonlijke voorkeur. Je kunt dus het best verschillende modellen proberen. Maar wat betreft torsieweerstand hebben spelers die niet altijd midden in de sweetspot slaan, duidelijk baat bij een uitgesproken teen-hielweging.

Kortom, nadat alle parameters en details bij het putten aan bod zijn gekomen, houd je een beperkt aantal putters met de juiste eigenschappen over. En uiteindelijk geeft je persoonlijke voorkeur de doorslag.

Ball fitting

Een echte fitting voor ballen is minder gebruikelijk, wat een beetje jammer is. Want met een launch monitor op een driving range zie je heel goed dat verschillende ballen zich anders gedragen bij dezelfde speler.

Er bestaan heel veel typen ballen. Pas als je ze in dezelfde omstandigheden gaat meten, kun je goed be-oordelen of ze geschikt zijn voor een bepaalde speler.

En jij maakt zelf uit welke eigenschappen voor jou belangrijk zijn, zoals spin, lengte, geluid en gevoel. Praat dus met je Golfstore-pro over een echte ball fitting wanneer je weer nieuwe golfballen nodig hebt.

Hier slaat u de helft van alle slagen!

Van 80–100 meter tot de green en op de green slaat u ongetwijfeld de helft van uw slagen, of zelfs nog meer.

Kuil/pad

Slagtechniek net zo belangrijk als keuze van club. Kies een wedge met weinig bounce en neem uw stand in met de balpositie rechts, zodat u er zeker van bent de bal te rakenvoordat u de grond raakt.

Korte approach shot over hindernis

Kies een wedge met veel loft, bij voorkeur 60°. Een uitdagende slag die een goede techniek en een goede balligging vereist.

Dichte rough nabij de green

Hier slaat u de bal uit het gras met een wedge die veel loft en bounce heeft.

Bunker

Hier kiest u een SW met 54–58° loft, een brede zool en een vrij grote bouncehoek. Dan kunt u in het zand achter de bal slaan zonder dat de wedge blijft steken.

Approach shot vanaf de fairway, 40–80 meter

Perfecte ligging voor een zuivere wedgeslag met de wedge die volgens u de juiste lengte geeft.