Op safe spelen met slices en hooks

Stel je voor, je moet 18 holes met slechts één club spelen. Welke kies jij dan? Bubba Watson zou het wel weten. Hij neemt ze allemaal, van putter tot driver. Maar wel slechts één club per keer. Zo traint hij graag. 

Bubba Watson is een van de spectaculairste golfers ter wereld. Met zijn gedurfde speelstijl en zijn unieke vermogen om curves te slaan langs bomen, waterpartijen, de cameratoren of het publiek – je kunt het zo gek niet bedenken – heeft hij een cultstatus bereikt. Ook zijn roze driver is niemand ontgaan. Ook typisch: hij vraagt het publiek om hem luid aan te moedigen bij zijn afslag vanaf de eerste tee. Stilte-bordjes zijn hier niet aan de orde.

Een rebel? Ach welnee, hij knoopt zijn polokraag dicht, netjes en keurig. Het is alom bekend dat hij de bal héél ver kan slaan, zeg maar gerust waanzinnig ver. En terwijl de meesten veel spiermassa kweken, lijkt het wel alsof Bubba precies het tegendeel doet. Zijn verschijning boezemt niet meteen veel ontzag in. Zijn lange armen zijn haast dun te noemen. Zijn borstkas lijkt ook niet erg atletisch gebouwd.

Dat hij dan toch de bal zo ver slaat, ligt aan de snelheid en de breedte van zijn swing. Alles zit in zijn swingbeweging gevat. Dus geen onnodige spieren die in de weg zitten. Bubba is een autodidact. Hij heeft nooit les gehad. Hij is vroeg begonnen en is zijn eigen weg gegaan. Toen hij zes was, kreeg hij een ijzer van zijn vader. Het was een voor linkshandige spelers, en zo is het altijd gebleven.

– Ik fantaseerde dat ik grote wedstrijden speelde. Ik wilde Payne Stewart zijn. Mijn golfbaan was de tuin rond ons huis. Soms liep ik met de klok mee, soms tegen de klok in. Ik leerde kromme ballen naar links of naar rechts te slaan, afhankelijk van de richting waarin ik liep.

– Ik sloeg hoge hooks en lage slices, over de bomen heen, onder de bomen door. Ik leerde al gauw de negen slagen van het golf. Als je een plastic balletje met effect kon slaan, kon je dat ook met een echte golfbal, vertelt Bubba alsof het een fluitje van een cent is.

In plaats van zijn huiswerk te maken speelde hij met zijn plastic balletjes golf rond het huis, dag in dag uit. Uiteindelijk kwam de dag waarvan hij lange tijd stiekem had gedroomd. In 1986 won hij als achtjarige zijn eerste wedstrijd. Hij maakte acht birdies en tien par, en had 42 slagen voorsprong op zijn directe concurrent. Misschien was dat wel het moment waarop hij begreep dat hij ooit echt grote wedstrijden zou kunnen winnen. Rond die tijd begon hij met Ping-clubs te spelen. En dat doet hij nog steeds, al meer dan dertig jaar.

– Hoewel ze me toen nog niet betaalden om hun materiaal te gebruiken, vertrouwt hij me toe. Thuis hadden ze het niet breed. Zijn moeder werkte extra om haar zoon de kans te geven vooruit te komen. Maar ondanks de beperkte financiële middelen van het gezin was het niet het grote geld waar hij van droomde.

– Nee, het was puur de drang om te winnen. Voor mij ging het om trots. Ik moest en zou winnen. Ik en niemand anders!

Maar is het niet leuker als je je vreugde met iemand kunt delen?

– Tja, misschien voor anderen, maar niet voor mij. Als kind was ik een waardeloze teamspeler. Bij basketbal wilde ik voortdurend de bal hebben. Ik wilde alles zelf doen. Dat vonden de anderen maar niks. In het golf kon ik mijn individuele talent botvieren. Daar vond ik mijn draai.

– Ik kwam er algauw achter dat als ik verloor het mijn eigen schuld was en als ik won het mijn eigen verdienste was.


– En eerlijk is eerlijk, je verliest vaker dan je wint. Dat betekent dat je meer ervaring opdoet met verliezen. Je leert tegenslagen te verwerken. Dat is volgens mij een heel belangrijke levensles, zegt Bubba Watson met een tikje bescheidenheid.

– Maar door te winnen had ik bewezen dat ik sterke tegenstanders kon verslaan en daarna ging ik door naar het volgende niveau. De wil om beter te worden, dat is mijn drijfveer – nog steeds. Dat is waar het in de sport om gaat!

Bubba Watson heeft tot dusver negen grote overwinningen op zijn naam staan. De Masters in 2012 en 2014 waren uiteraard de grootste triomfen. Vijf van de negen zeges heeft hij na een playoff behaald. Hoe komt dat?

– Ik win liever meteen na de 72e hole, dat ga ik niet ontkennen. Maar het besef dat je niet lager eindigt dan de tweede plaats en ook nog winnaar kunt worden, is ontzettend inspirerend. Het wekt mijn vechtlust op. Ik ben een doorzetter die zijn tegenstander liever face to face ontmoet. In zo’n tweestrijd kun je goed in de gaten houden wat je tegenstander doet, jezelf tot het uiterste drijven, nooit opgeven. Op die manier geef je je tegenstander ook een signaal dat je niet met je laat sollen, vooral bijvoorbeeld als het tegenzit en je het volgende moment er weer bovenop komt.

– In zulke situaties voel ik me meer op mijn gemak dan bij een twosome met een groot deelnemersveld, want dan weet je niet waar de andere spelers mee bezig zijn. 

Vindt de strenggelovige Bubba Watson steun in het geloof?

– Wat kan het God schelen of ik 63 of 79 slagen doe? Maar Hij zorgt ervoor dat ik mezelf en mijn gevoelens onder controle houd. Kwaad worden mag, maar je moet beheerst blijven.

– Bovendien heeft Hij me geleerd om mensen lief te hebben. Ik ga ervan uit dat we goede wezens zijn die van elkaar houden.

Als je een beetje kritisch bent, kun je je afvragen wat er van deze goedheid overblijft bij alle krachtmetingen op de Ryder Cup, op Amerikaans grondgebied bovendien? merk ik plagerig op.

– Het is typisch Amerikaans dat we elkaar oppeppen en tot de laatste snik vechten. Zo gaat het er bij alle sporten in de VS aan toe. Wat het publiek niet altijd begrijpt, is dat wij elkaar als sporters erg appreciëren en respecteren. Het is mij volkomen vreemd om een tegenstander te haten, zegt Bubba met nadruk.

– Het woord ‘haat’ is thuis overigens verboden. Ik word weleens door mijn zoon op de vingers getikt als ik zeg dat ik het haat om te verliezen. Je leert veel van je eigen kinderen.

Zondag 8 april 2012. De vierde en laatste dag van de Augusta National en US Masters. Er ontstond algauw een felle strijd tussen Bubba en Oosthuizen, nadat de Zuid-Afrikaan op de tweede hole een albatross had geslagen. Na de Amen Corner, waar Bubba vier birdies op rij sloeg, stonden ze gelijk. De daaropvolgende playoff bevatte een van de spectaculairste slagen uit de golfgeschiedenis. Een gelijke stand op de eerste hole werd gevolgd door twee mindere drives op de tweede hole. Beiden kwamen rechts te liggen. Helemaal rechts, diep in het bos, lag Bubba.

– Feit was dat er het er helemaal niet zo slecht uitzag. De bal laag goed op dennennaalden. Er was er een opening tussen de boomstammen. Er stond een zachte, gunstige wind. De adrenaline gierde door mijn lijf. Toen de tweede slag van Oosthuizen de green miste, wist ik hoe moeilijk zijn derde slag zou zijn. Ik berekende zo rationeel mogelijk mijn kansen.

– Met een par zou ik gegarandeerd doorgaan. Hierdoor voelde ik me vrij zeker van mijn zaak, maar toch niet helemaal kalm. Het ging per slot van rekening om de Masters.

Wat volgde was kenmerkend voor Bubba Watson. Het lef. De moed. De onbeschroomde uitvoering. Hij hoekte de bal tussen de boomstammen door. De bal boog bijna haaks naar rechts af toen hij uit het bos kwam. Het publiek jubelde van bewondering. Bubba baande zich een weg door de mensenmassa. Hij kwam op de fairway en vroeg zijn caddie:

– Waar? Waar? Waar ligt de bal?!

– Bij de vlag, antwoordde de caddie.

Op het moment dat het clubhoofd de bal raakte, had hij geen idee waar die naartoe vloog, beweert hij. Misschien is dat waar, maar reken maar dat hij maar al te goed wist wat hij deed, daar tussen de dennen. Ik ben ervan overtuigd dat hij die slag overal met hetzelfde resultaat had kunnen slaan. Bubba knikt instemmend.

– Ja, het lijkt misschien niet zo, maar curves slaan is eigenlijk mijn manier om op safe te spelen. Ik neem minder risico’s door op die manier te slaan. Maar in dit geval was het wedstrijdverloop echt zenuwslopend. Ik was dus allesbehalve zeker.

Drie meter en twee putts later werd Bubba Watson overmand door een zee van gevoelens.

– Ik zag mijn moeder en dacht aan mijn overleden vader. Ik was zelf net vader geworden. Drie dagen eerder had ik na een ellenlange wachttijd eindelijk mijn zoontje Caleb kunnen adopteren, wat flink wat emoties losmaakte. Mijn vrienden Rickie Fowler, Ben Crane en Aaron Baddeley waren erbij.

– Mijn droom werd werkelijkheid, maar zelfs in je stoutste dromen kun je je nooit voorstellen hoe het in het echt zou zijn. Alle gevoelens die deze overwinning in me opwekte...


Je doet niet zomaar dat Groene Jasje aan, houdt de beker boven je hoofd en kijkt blij. Er kwam zo ontzettend veel meer bij kijken. Het was iets waar ik me nooit op had kunnen voorbereiden, vertelt Bubba met vochtige ogen.

Aangezien Bubba een autodidact is, heeft hij zijn techniek puur op gevoel geleerd. Daarom zorgt hij er ook voor dat zijn materiaal afgestemd is op de manier waarop hij swingt en de bal slaat. De grip van zijn driver is extra dik, zelfs dikker onderaan dan bovenaan, dus totaal anders dan een traditionele grip. Hierdoor is het clubhoofd bij het adresseren al wijd open, terwijl hij zijn polsen goed in bedwang kan houden.

Over dikke grips gesproken. Nu de meeste topspelers overschakelen op dikke puttergrips, doet Bubba het tegenovergestelde. Hij vindt dat hij met een dunne puttergrip een betere flow voelt. Voor Ping had die zondag in april 2012 niet beter kunnen eindigen: een zege voor Bubba Watson en de tweede plaats voor Louis Oosthuizen, twee sterren die deze clubfabrikant al geruime tijd trouw zijn. Er zijn er méér. Ook wereldsterren als Lee Westwood en Miguel Ángel Jiménez spelen al sinds jaar en dag met Ping. Dat bedrijf moet iets speciaals hebben waardoor spelers zo loyaal zijn.

– Een onmiskenbaar pluspunt is dat het een familiebedrijf is. Ze staan voor eerlijkheid, oprechtheid en nauwkeurigheid. Het streven om de perfecte golfclub te maken bijvoorbeeld. Hoewel ik niet rechtstreeks betrokken ben bij de ontwikkeling van nieuwe clubs, ben ik de eerste die nieuw materiaal test. En het bedrijf luistert naar mijn opmerkingen. Ze weten dat ik met een golfclub alle mogelijke slagen kan slaan, lacht Bubba.

– Ze behandelen mij als iemand van de familie. Ze weten van mijn bescheiden afkomst maar liefdevolle jeugd, van mijn geloof... Maar strikt genomen pas ik niet in deze familie, voegt hij er verrassend aan toe.

– Nee, neem bijvoorbeeld hun logo. Zwart en wit! Dat ben ik nou juist niet. Ik houd van felle kleuren.

– Ze produceren ook clubs om rechte ballen te slaan. Sla ik recht? Nee dus. Ik kan recht slaan, daar niet van, maar ik vind gekromde ballen beter. Maar toch voelen we veel voor elkaar. Het is dit wederzijdse vertrouwen dat ik zo waardeer – ondanks of juist dankzij de verschillen. Openstaan voor individuele eigenheid, dat spreekt me erg aan.

En dan is er natuurlijk ook die roze driver.

– Eerst was de shaft niet meer dan een grapje. Ik houd zoals gezegd van felle kleuren. Maar later had ik het erover met John Solheim, directeur en eigenaar van Ping, dat we die roze driver voor een goed doel konden verkopen. We hebben inmiddels al tienduizend stuks verkocht en de opbrengst, tot dusver 1,5 miljoen dollar, gaat onder andere naar twee kinderziekenhuizen in Arizona en in Florida. Het is belangrijk dat wij sporters ons voor zulke projecten engageren. Zo geven we iets terug van wat wijzelf ooit kregen toen we als beginners gesponsorde jeugdwedstrijden speelden.

Buiten het seizoen, in de late herfst, winter en vroege lente, spelen mijn vrienden en ik weleens met een halve set: op even datums alleen even clubs, op oneven datums alleen oneven clubs. We doen dat om nieuwe slagen te ontdekken en om ondanks de leeftijd nog steeds bij te leren. Bubba glimlacht terwijl ik dat vertel. In zijn versie van deze trainingsmethode speel je 18 holes met slechts één club.

– Ik ben niet iemand die steeds dezelfde slagen op de range herhaalt. Daar zit voor mij geen uitdaging in. Nee, het beste is uiteraard om op de baan te spelen. Op een gegeven moment kom je daar voor verschillende mogelijkheden te staan. Dan is het goed om te weten dat ik die slag ook kan slaan met een club die ik normaal niet zou hebben gekozen. Het komt er niet alleen op aan technieken te vinden om die of die slag te slaan. Het gaat ook bijzonder veel om course management.

– Dat wil zeggen het spel hanteren. Een of twee mogelijkheden zijn niet genoeg. Je moet er heel wat méér hebben. En ik geloof dat deze manier van trainen dan helpt. Niet alleen een scratch-golfer maar iemand met handicap 20 heeft er plezier van. Ga dus allemaal lekker trainen met één club, zegt Bubba, die tot dusver op 18 holes één onder par heeft gepresteerd – met alleen een ijzeren 7 in zijn tas.

Elementair, mijn beste Watson.