The Open Champion


Henrik Stenson is een naam die op ieders lippen ligt. Het open championship, winnaar van de Race to Dubai, speler van het jaar in Europa, en niet te vergeten, zilver op de spelen in Rio. Stenson vertelt over zijn overwinning op Royal Troon, over de media-aandacht en over zijn vader. En hij beantwoordt de vraag of hij de seniortour gaat spelen wanneer hij ouder wordt.

Nee, hij zegt dat hij zich niet stoort aan de voortdurende aandacht van de media en anderen die willen praten met de populairste golfer van dit moment. Vergezeld van de Claret Jug reist hij stad en land af rond om zijn verhaal te vertellen. Hij poseert voor selfies met wildvreemde mensen en dat doet hij kennelijk met een volkomen ongedwongen glimlach.

“Als je er al je leven lang van droomt om een Major en vooral het Open Championship te winnen, ja, dan mag je best tevreden zijn met je leven en alles eromheen. Iets anders zou ongehoord zijn,” meent Henrik. “Glimlachend mijn fans ontmoeten, dat doe ik graag.”

Precies een halfjaar geleden speelde hij een wedstrijd die wordt beschreven als het beste duel op een golfbaan in tijden. En over een paar uur ontvangt hij weer een onderscheiding: Beste Mannelijke Sporter van het Jaar 2016 in Zweden. Dat weet hij op dat moment nog niet. Maar je kunt wel raden dat hij erop hoopt. Golf heeft het nooit helemaal tot volkssport geschopt, terwijl bijvoorbeeld zwemmen, wielrennen, wintersport, atletiek en voetbal al generaties lang op grote populariteit kunnen rekenen. Maar als golfer voelt Henrik Stenson zich toch ook geliefd bij de fans?

“Zeker, vergeleken met andere sporters krijg ik best veel aandacht en waardering. Prijzen ontvangen en bekroond worden binnen je eigen sport is prima, maar ik vind het fijn dat ik ook buiten de golfwereld naar waarde word geschat. Het betekent ook meer media-aandacht voor golf, waardoor de belangstelling voor de sport toeneemt en er meer jonge beoefenaars bij komen,” zegt Henrik.

Hij was twaalf toen hij de eerste keer met een golfclub swingde. Dat was op Gullbringa G&CC bij Gotenburg. In zijn familie speelde niemand golf. Zijn vader Ingemar was een verdienstelijk handballer, dat wel, maar golf was nog een onbekende wereld. Zijn ouders betekenden natuurlijk veel voor de vroege carrière van Henrik. Zij legden de basis en creëerden de mogelijkheden voor hun koppige en volhardende zoon.

“Ze pushten me nooit om resultaten te halen. Wel kreeg ik duidelijke regels opgelegd toen ik eenmaal voor golf koos. Ik herinner me nog goed mijn eerste wedstrijd, 36 holes. In de eerste ronde haalde ik 116. Ik was meteen een illusie armer.

Ik huilde en wilde opgeven, het staat me nog levendig bij. Mijn vader was onverbiddelijk: je geeft niet op zodra het even tegenvalt.

 

 

En zo geschiedde. De tweede keer ging het me al iets beter af: 115 slagen.”

Dat bescheiden succesje en de bewustwording eromheen vormden vermoedelijk het allereerste hoofdstuk in het succesverhaal van Henrik Stenson. Bijleren ondanks tegenslag. Op je tanden bijten wanneer het pijn doet. Inmiddels staat hij allang op eigen benen en redt zich zonder zijn vader. Ingemar Stenson liet zelfs verstek gaan op het moment dat zijn zoon om de meest begeerde golftrofee streed, gewoon omdat hij zelf een potje wilde golfen.

“Haha! Ja, op een zondag in juli vorig jaar speelden hij en zijn vrienden hun jaarlijkse 36-holeswedstrijd op hun golfclub. Ik stond aan de leiding in het Open, maar zelfs dat bracht hem niet op andere gedachten. Hij kwam naar het schijnt net voor de laatste vijf holes het clubhuis binnen. Tja, tóén viel inderdaad de beslissing,” lacht Henrik.

Misschien was het ook een manier om zijn zenuwen in bedwang te houden. Wie zelf kinderen heeft, kan zich goed voorstellen wat er allemaal door je heen gaat wanneer je bloedeigen zoon bezig is die laatste 18 holes op Royal Troon af te werken. Dan is het best begrijpelijk dat Ingemar Stenson zijn zinnen wilde verzetten met wat drieputters en double bogeys.

Voor wie het niet weet, Royal Troon ligt aan de Schotse westkust, op een paar honderd meter afstand van nog een golfbaan, Prestwick. Daar werd in 1860 voor het eerst het Open Championship gespeeld. Er deden toen nog maar acht spelers mee. In die tijd was de hoofdprijs een leren ceintuur met een zilveren siergesp. Maar toen Young Tom Morris, zoon van Old Tom Morris, drie keer op rij won, mocht hij de trofee behouden en was er een nieuwe nodig. In 1872 werd de Claret Jug het ultieme bewijs van meesterschap.

133 keer later gaan Phil Mickelson en Henrik Stenson aan kop. De ochtendbries is gaan liggen. De zon doet herhaalde pogingen om door het wolkendek te breken. Henrik Stenson leidt met één slag. Hoe houdt hij zijn gedachten op orde?

 

“Het is natuurlijk heel bijzonder om de laatste dag aan de leiding te gaan. Maar ik had de derde ronde al met veel zelfvertrouwen beëindigd. Het was een constant gevecht om de leiderspositie. Je moet immers goed aan de laatste ronde kunnen beginnen. De 14e hole was beslissend. Ik lag twee slagen achter. Als ik daar nog meer slagen had verloren, zou het over geweest zijn. Maar toen de zon in de Firth of Clyde wegzakte, had ik drie slagen op hem ingehaald. Zijn voorsprong was minimaal.”

Puur gevoelsmatig vind je misschien dat iemand het verdient om een major te winnen. Maar de nuchtere werkelijkheid is anders. In het echt win je, als je jezelf naar de overwinning toe speelt. Uithoudingsvermogen, zowel fysiek als mentaal, techniek, routine, lef, strategie en een beetje geluk. De titanenstrijd tussen Henrik en Phil bevat alle ingrediënten voor een onderhoudende schouwspel. Niets ontbreekt, werkelijk niets! Een put slaan is spannend om te zien. Om een major te winnen, zo wordt beweerd, moet je bij de laatste vijf holes een twee à drietal puts slaan. Terug naar de 14e hole.

“Wanneer we zondag op de 14e green komen, staan we gelijk. Ik sta op het punt een put van 6 meter te slaan. Ik besef dat ik niet vaak zo’n goede positie zal krijgen als hier bij de laatste hole. Dus ik mik hem erin en haal een birdie. Maar ik ken mijn tegenstander maar al te goed. Phil laat zich niet van de wijs brengen. Eén voor en nog vier te gaan, dat is een wankele positie als je met Phil Mickelson te maken hebt,” aldus Henrik.

Op weg naar de 15e tee lopen beide spelers er ogenschijnlijk ontspannen bij. De menigte toeschouwers begroet Phil en Henrik met uitgestrekte handen. Veel high fives. Het publiek lijkt de twee heren energie en een vleugje welkome ontspanning te geven. En natuurlijk ook inspiratie. Dat is nodig, want hun adem stokt nu de laatste holes in zicht zijn. Henrik vertelt dat hij aanvoelt dat dit een dag is waarop de sterren goed staan. De bal doet wat hij wil en alles gaat zoals het moet. Hij maakt zich dan ook geen al te grote zorgen als hij zijn laatste ronde inzet met een drieputter op de één. Zelfs Phil Mickelson, een van de beste golfers van de laatste twintig jaar, kan hem die dag niets maken – hoewel de Amerikaan ongemeen goed speelt.

“Op de 15e hole maak ik een put vanaf 15 meter. Ik bal mijn vuist. De adrenaline giert door mijn lijf. Het is een ongelooflijke kick.


Ik ben nooit zo gespannen geweest. Voor het eerst zie ik dat Phil een tikkeltje zenuwachtig wordt. Hij was in ieder geval zwijgzaam toen we naar de 16e tee liepen. Nu komt het erop aan het hoofd koel te houden. Ik bereid me voor op de par-5 die me te wachten staat. Maar ik leid nu met twee slagen.”

En dan komt die onverklaarbare tweede slag. Een gehookte spoon naar links op de rough. Phil is op de green en maakt goede kans op een eagle. Maar zelfs nu we gaan vrezen dat Henrik het laat afweten, nu het bloedserieus wordt, laat Henrik zich niet uit het lood slaan. Vanaf de rough lobt hij de bal tot ruim een meter van de hole. De eagle-put van Phil komt op onbegrijpelijke wijze een millimeter van de rand tot stilstand. Henrik ademt uit en kijkt met een opgeluchte blik zijn tegenstander aan. Geen regisseur in de wereld had dit onwaarschijnlijke drama in scène kunnen zetten.

“Op de 17e sla ik misschien wel de beste ijzer-4 uit mijn carrière tot op zo’n twee meter van de hole. Phil zit links in de kuil. Met een birdie kan ik afmaken, maar ik mis en Phil slaat een zevermeterslag. Het is een gigantisch verschil om drie slagen aan de leiding te staan in plaats van twee en ik verwacht dat hij op de laatste hole een birdie zal slaan. De wedstrijd is allesbehalve beslist.” Henrik beweert achteraf dat hij eigenlijk een rechte bal probeerde te slaan, desnoods eentje met een lichte draw. Met de nieuwe baltypen kun je niet veel effect geven. Dat vindt ie best. Op de laatste tee staat er een lichte zijwind van links en de bunker rechts ligt vast niet binnen bereik van zijn spoon. Hij richt een beetje naar links. Perfectionist als hij is, krijgt Stenson de ultieme slag voor elkaar. Hij legt namelijk zijn spoon iets naar rechts. Hij staat onder hoge spanning. De bal raakt de grond een dertigtal meter voor de bunker. Hij stopt twee decimeter te vroeg.

Op de tee vreest Henrik Stenson dat zijn volgende slag een bunkerslag zal zijn. Maar alle anderen beseffen dat Stenson de overwinning binnen handbereik heeft.

Met zijn birdie op de laatste hole behaalt hij niet alleen een weergaloze overwinning. Het is ook het laagste winnende resultaat aller tijden.

De voorsprong op de nummer drie spreekt boekdelen: veertien slagen! Achter deze twee spelers van middelbare leeftijd, Henrik 40 en Phil 46, komen enkele ambitieuze jonge spelers die volkomen kansloos waren. En dan te bedenken dat huidige jonge generatie veel beter voorbereid is dan Henrik toen hij destijds doorbrak.

“Ja, met alle moderne technologische uitrusting waarover jonge spelers beschikken, hebben zij het aanzienlijk makkelijker dan wij in onze tijd. Wie weet wordt mijn record dit jaar al meteen verbeterd, of het blijft net zo goed vijftig jaar overeind,” zegt Henrik.

Zoals alle perfectionisten wil hij dingen voortdurend beter doen. Het is geweldig om iets goed te doen waar hij keer op keer op heeft getraind. Hij laat niets aan het toeval over en vindt het moeilijk om tevreden achterover te leunen.

“Het is die drijfkracht die me zover heeft gebracht,” zegt hij. “Natuurlijk ga ik alles doen om wéér te winnen. En ik ga me erop toeleggen om te peaken op de grootste wedstrijden. Het zou een vergissing zijn als ik dat niet deed.”

Vorig seizoen won Henrik ook olympisch zilver en de Ryder Cup. En hij is niet de enige die het leuk vindt om zijn eigen land en Europa te vertegenwoordigen in een sport die zozeer met individuele prestaties wordt geassocieerd.

“Ik hoop dat ik dat speelplezier extra kan uitstralen wanneer het weer tijd is voor de Ryder Cup. We zijn elkaars concurrenten op golfbanen overal ter wereld, maar om de twee jaar vormen we een hecht team dat de Amerikanen te grazen wil nemen. Het is een heerlijke tijd waar ik echt naar uitkijk. Bovendien willen we revanche nemen op Le National bij Parijs volgend jaar. Op die baan krijgen ze niets cadeau, dat kan ik je verzekeren.”

Over minder dan tien jaar is Henrik Stenson 50 jaar. Maar tegen die tijd zal hij waarschijnlijk zijn golfcarrière beëindigd hebben. Meedoen aan de Senior Tour of de Champions Tour is echter niets voor hem.

“Nee, er zijn nog zo veel andere dingen die ik wil doen.”