Vroeger was het niet beter

Hoe groot is het verschil tussen een 20 jaar oude driver en een nieuwe? Dat hebben we uitgezocht en het antwoord is: Groter dan je denkt...

Er wordt vaak gezegd dat nieuwe clubs verder slaan dan clubs van zelfs nog maar een jaar oud. Het is best te begrijpen dat kritische consumenten dit met een korreltje zout nemen wanneer het over aparte modellen gaat, ook al kan de fabrikant verwijzen naar tests die deze bewering bevestigen. Hoe ver een club slaat, hangt af van het materiaal waarmee je hem vergelijkt, van de speler en van de configuratie, d.w.z. de shaft, loft en gewichtsverdeling van de club.

Maar er is geen twijfel mogelijk dat nieuwe clubs verder en rechter slaan dan oudere clubs. Dit is met name duidelijk wanneer we bij Golfstore technologieën over een wat langere periode vergelijken. Dat is dan ook wat we hebben gedaan. We vergeleken een 20 jaar oude Cobra Ti Oversize driver met een gloednieuwe F9 Speedback. 

De test voldeed misschien niet aan alle wetenschappelijke normen, maar kwam toch aardig in de buurt. We onderwierpen ook oude ijzers aan een test. We vergeleken een Cobra F9 Speedback met twee heel verschillende oude modellen, een gesmede Mizuno MP-30 (muscleback) uit 2001 en een spelverbeterende Nike CPR uit 2003. Elke keer waren de verschillen verrassend groot. Dat de lengte en de precisie zouden verschillen, was te verwachten. Maar het verschil was groter dan we hadden gedacht.

Er is de laatste tien jaar ontegensprekelijk heel wat veranderd. Dat was al te merken bij de warming-up. Het nieuwe model had een carry van 240 meter en de bal rolde uit tot 263 meter. Met het 22 jaar oude model belandde de eerste slag in een bosje rechts van de range. De tweede slag resulteerde in een krachtige hook. De derde slag was recht, met ongeveer 200 meter carry. Na een achttal ballen begon het ergens op te lijken. Maar meer dan 220 meter carry haalden we nooit.

Om de test ruimer te maken, lieten we de clubs door een gewone speler met handicap 18 proberen. Met de slechtste slagen, de missers, hielden we geen rekening. Het waren slagen waarbij het niet aan de club lag, maar bijvoorbeeld aan de stijve rug of de slechte swing van de speler. En dat gold zowel voor de nieuwe als voor de oude clubs. 20 jaar geleden werd de Cobra Ti Oversize als een makkelijk speelbare club beschouwd.

“Cobra was net begonnen met ‘bulge & roll’, een gebogen slagvlak dat naar toenmalige begrippen vergevingsgezind was,” vertelt Nikhil Dhawan van Cobra. “Hoe meer bulge & roll, hoe meer vergevingsgezindheid. Toen de Ti Oversize verscheen, waren zijn vergevingsgezinde eigenschappen niet minder dan revolutionair. Hij is goed, als je tenminste de sweetspot raakt. Maar tegenwoordig zijn de clubhoofden groter, wat meer bulge & roll geeft. De huidige clubs zijn dus meer vergevingsgezind.”


Grappig was wel dat de swingsnelheid van beide clubs nagenoeg identiek was, hoewel de oude Cobra-driver een veel kleiner clubhoofd heeft, wat minder luchtweerstand zou moeten opleveren. Cobra heeft namelijk extra zorg besteed aan de aerodynamische eigenschappen van het nieuwe model.

“Het is eigenlijk ongelooflijk dat de grote club zich met dezelfde snelheid beweegt als de kleine,” aldus Nikhil Dhawan van Cobra. “Met zijn gewicht en grootte zou de oude club zich sneller door de lucht moeten kunnen bewegen dan de club met het grote hoofd, maar dankzij de lichte shaft en het lichte hoofd krijgen we dezelfde snelheid.”


De oude club biedt dan weer heel wat minder lengte. De bal-snelheid is 4 mph lager – niet zoveel – maar je hebt een gemiddelde launch angle van maar 4,3, wat niet optimaal is. Dit komt door de lage loft. Bovendien zijn de constructie van het slagvlak en het zwaartepunt van het hoofd anders.

“Hoe lager het zwaartepunt is, hoe hoger de bal start. Een hogere launch angle beïnvloedt de lengte, ook bij dezelfde balsnelheid, want de bal bevindt zich langer in de lucht,” legt Nikhil uit.


Een hedendaagse ‘face’ is ook veel hotter dan een oude. Ze hebben een ingebouwd trampoline-effect. Maar vooral was de oude club niet vergevingsgezind bij slechte slagen. De zijdelingse spreiding was aanzienlijk groter en er was een aanzienlijk scherpere swing (en meer slagen) nodig om tot minstens drie behoorlijke rechte treffers te komen die bruikbaar waren in Trackman. Zelfs een echt goede slag met de 20 jaar oude driver kwam nooit in de buurt van de slechtste slag met de Speedback-driver.

De ijzers vertoonden een vergelijkbaar patroon. Niemand had verwacht dat de Mizuno MP-30 zich qua lengte zou kunnen meten met het nieuwe model. De MP-30 is om te beginnen niet ontworpen voor lengte, maar voor consistentie. Bovendien is het een club waarmee de speler zijn slagen kan vormen, d.w.z. kan sturen welk effect de bal meekrijgt. Zoals het hoort, had dat model ook een stalen shaft. De club had een tamelijk consistente lengte, maar de bal reageerde ook duidelijk op variaties in de manier waarop het blad de bal raakte. Ook de kleinste afwijking in de impact was merkbaar. Als je niet midden in de sweetspot sloeg, waren de slagen merkbaar slechter.

Een moderne spelverbeterende club reduceert juist het effect van zulke onregelmatigheden.

“De MP-30 heeft een lager MOI dan een meer vergevingsgezinde club. Raak je de bal wat meer naar links of rechts, dan opent of sluit de club zich sneller. Een hoger MOI geeft meer stabiliteit.”


De Nike CPR-clubs waren een duidelijk voorbeeld hiervan. Ze hadden een bijzonder consistente richting en lengte, maar het waren clubs die ondanks hun graphite shaft het kortst sloegen. Het spingetal was erg laag, net als de bal-snelheid. Verschillende slagen met het nieuwe ijzermodel van Cobra waren in totaal even lang als de carry van de 20 jaar oude driver. En dat noem je dus ontwikkeling!

Kom gerust langs in onze winkel, danvertellen we meer over de nieuwe technologieën die je speeltechniek naar nieuwe hoogten tillen.