Betere approachshots beginnen met de juiste afstandscontrole
Een approachshot dicht bij de vlag kan het verschil maken tussen één putt in plaats van twee – of twee in plaats van drie.
Maar hoe vaak denken we niet dat we een perfecte approachshot hebben geslagen, om vervolgens te zien dat de bal vóór of voorbij de green landt? Lee Chapman, Golfstore-Pro bij Winterswijk G&CC, deelt een waardevolle tip die je helpt dichter bij de hole te komen.
– Aan de meeste spelers raad ik aan om te leren slaan op één of twee vaste afstanden, zegt Lee.
Een van de afstanden die Lee vaak aanleert, is 60 meter. Weet een speler wat er nodig is om de bal precies die afstand te laten vliegen, dan wordt het eenvoudiger om de lengte of snelheid van de swing aan te passen en bijvoorbeeld 50 of 70 meter te slaan.
– Wanneer ik deze beweging aanleer, moet die zoveel mogelijk lijken op wat spelers doen bij een volledige swing. Op die manier gebruiken we deze slagen ook om de volledige swing te programmeren en te trainen.
Bij Winterswijk zijn er op de driving range verschillende doelen die leden en gasten kunnen gebruiken tijdens de training of bij het opwarmen voor een ronde golf.
– Naast deze doelen maak ik in mijn lessen ook veel gebruik van camera’s, om te laten zien wat er in de swing gebeurt. Het zien van je eigen swing zorgt voor meer inzicht, zodat je leert hoe ver en hoe hard je moet swingen om de bal een bepaalde afstand te laten vliegen.
De wetenschap dat je de bal met zekerheid een specifieke afstand kunt slaan, geeft vertrouwen en maakt het makkelijker om ook andere afstanden onder de knie te krijgen. En wat gebeurt er als je exact dezelfde swing maakt, maar met een andere club? Probeer het uit en til je golfspel naar een hoger niveau..
Bekijk het volledige interview en ontvang meer tips van Lee Chapman: