Niets is lekkerder dan een lange drive midden op de fairway slaan. Toch worden de meeste slagen rond de green gewonnen en kun je juist daar je handicap verlagen. Het korte spel en het putten zijn bovendien de onderdelen waarin tourprofessionals zich het meest onderscheiden van veel amateurgolfers.
Voor de meeste golfers wordt een groot deel van de ronde gespeeld binnen 100 meter van de hole. Als je per ronde slechts één extra par weet te redden, ben je al goed op weg naar lagere scores en een dalende handicap.
Hier zijn vier eenvoudige tips om je korte spel deze zomer te verbeteren.
1. De basis voor perfect balcontact
Om meer controle te krijgen over zowel afstand als spin, moet je eerst de bal raken en pas daarna de grond. Begin met je setup: ga relatief smal staan en leg de bal iets meer richting je achterste voet. Laat het grootste deel van je gewicht op je voorste been rusten.
Zo zorg je ervoor dat het laagste punt van je swing zich na de bal bevindt. Vanuit deze positie kun je het natuurlijke gewicht en het ontwerp van de club het werk laten doen tijdens de impact.
2. Analyseer de situatie voordat je een slag kiest
Voordat je een club uit je tas pakt, moet je de situatie goed analyseren. Hoe ligt de bal in het gras? Hoeveel ruimte op de green heb je? Welke hindernissen spelen mee?
De veiligste keuze is vaak een lage chip-and-run. Vraag jezelf af hoeveel je werkelijk wint door een moeilijkere slag te proberen. Weeg risico en beloning tegen elkaar af voordat je een beslissing neemt.
Speel op basis van jouw eigen mogelijkheden, niet op basis van wat je op televisie ziet.
3. De oefening voor meer spin en gevoel
Een veelgemaakte fout is om steeds statisch op hetzelfde doel te oefenen. Daag jezelf uit op de oefengreen en ontwikkel een beter gevoel.
Gebruik steeds dezelfde wedge en speel drie verschillende slagen: eerst een lage chip die uitrolt, daarna een middelhoge pitch en tot slot een hogere slag die sneller stopt.
Door met dezelfde club verschillende technieken te oefenen, bouw je een breder arsenaal op en krijg je meer gevoel voor hoe de bal reageert.
4. De handdoekoefening voor een betere afstandscontrole
Visualisatie is de sleutel om dicht bij de vlag te komen. In plaats van je blind te staren op de hole, loont het om je te richten op het landingspunt.
Leg een kleine handdoek op de oefengreen. Begin met korte chips en vergroot daarna geleidelijk de afstand. Probeer de bal met verschillende wedges en vanaf verschillende afstanden precies op de handdoek te laten landen.
Deze oefening helpt je om de focus te verleggen van het resultaat bij de hole naar de afstand die de bal door de lucht aflegt voordat hij begint te rollen. Hoe beter je jouw carry-afstanden kent, hoe makkelijker het wordt om dicht bij de hole te eindigen – en meer slagen rond de green te besparen.